Keizerlijke reizen en theaters

Romeins theater in Cartagena, c. 5 v. Chr. Foto: www.cartagena.es

De Romeinse keizers en hun naaste familie reisden veelvuldig door het Rijk. Een bezoek kwam nooit onverwacht en was reeds lang van te voren aangekondigd. Het keizerlijke gevolg was meestal omvangrijk en de lokale elite moest zich terdege voorbereiden. Ook waren de sociale en de economische gevolgen aanzienlijk. Een keizerlijke missie had economische, politieke of militaire redenen. De gevolgen voor een stad of regio waren groot. Zo leidde een persoonlijk verblijf van de keizer of een naast familielid steevast tot bouwprojecten. Deze werden wellicht gefinancierd door de keizer en de lokale elite wilde dan maar al te graag financieel bijdragen. Een bezoek werd door de lokale elite ook als een uitverkiezing beschouwd, die in de onderlinge competitie tussen de steden en hun elites in belangrijke mate meetelde. Kosten noch moeite werden gespaard om loyaliteit en bijzondere bouwvoorkeuren van de keizer onder de aandacht te brengen. Aan de andere kant werd het grote (militaire) gevolg van de keizer of lokale legioenen ingezet ter realisering van de bouwwerken. Vooral als het ging om militaire expedities werd de keizer vergezeld door de beste ingenieurs, architecten en ambachtslieden.

Dit was bijvoorbeeld het geval in Lyon (Lugdunum) waar de keizer een winterkwartier had of bij de militaire expedities in Spanje na 27 v. Chr. Ook als de missie weer was vertrokken, bleef een deel van het gevolg achter als ambachtsman, handelaar, garnizoen of burger. Een keizerlijk bezoek leidde tot een toename van kennis, vakmanschap, ervaring, handelsrelaties en politieke banden met Rome.

Hoewel bronnen en concrete aanwijzingen die een direct verband tonen tussen de bouw van theaters en bezoeken van keizers of zijn naaste verwanten schaars zijn, kunnen bouwpieken voorafgaand of volgend op een bezoek aanwijzingen geven voor een mogelijke relatie. Sommige steden werden vaak bezocht, bijvoorbeeld als geboorteplaats van een keizer (bijvoorbeeld Baetica (Andulacia) onder Hadrianus of Lugdunum (Lyon) onder Claudius). Augustus en zijn schoonzoon Agrippa waren in de jaren na de machtsovername in 27 v. Chr. gedurende langere tijd in Spanje. De bouw van theaters, maar ook de aanleg van wegen, aquaducten en andere openbare voorzieningen kenden dan ook een hoogtepunt in de decennia na 27 v. Chr.

Het theater van Cartagena (Carthago nova), gebouwd rond 5. V. Chr. draagt bijvoorbeeld nog inscripties, die Gaius en Lucius als opvolger van Augustus presenteren. Zij waren de geadopteerde kinderen van Agrippa, de schoonzoon van Augustus. Hoewel ze Augustus niet zouden opvolgen, ze stierven al op jonge leeftijd, werd hiermee wel het dynastieke karakter van het regime publiekelijk ten toon gespreid, wat in de Republiek nog onmogelijk was. Augustus voelde zich blijkbaar al zeker van zijn monarchale zaak. Overigens was hij in Rome een stuk voorzichtiger. Daar meldde hij niet eens dat hij de enige financier van het Marcellus theater en de opdrachtgever voor de renovatie van het Pompeius theater was. De monarchie lag gevoelig in Rome. Het is niet aan de hand van bronnen te duiden dat Augustus of Agrippa ook in Cartagena is geweest, maar gezien de ligging van de stad is het een reële mogelijkheid dat ze vanuit deze havenstad zee hebben gekozen. Van belang is ook dat het marmer voor het theater uit Italië afkomstig was, wat wijst op een luxe uitvoering. Ook de gelijkenis met het Marcellus theater in Rome, in 11 v. Chr. in opdracht van Augustus voltooid, wijst op een nauwe relatie met Rome. Gevonden sculptuur geeft ook aanleiding te veronderstellen dat Griekse en Italiaanse vaklui zijn ingeschakeld. Aan de hand van drie inscripties met verwijzing naar Lucius en Gaius werd het theater gebruikt om de dynastieke banden te benadrukken. Daarnaast is een inscriptie gevonden van vooraanstaande lokale notabele, een aanwijzing van de betrokkenheid van de lokale elite.

Op basis van deze inscripties, de tijd van de bouw (rond 5 v. Chr.), architectuur en sculptuur kan ook zonder concrete bronnen over het verblijf van de keizer of zijn naaste verwanten worden geconcludeerd, dat er een verband is tussen de aanwezigheid van het keizer en de bouw van het theater.