Theaters en propaganda

Badhuis van Agrippa in Rome, c. 19 v. Chr. Foto: www.livius.org

Keizer Augustus, die regeerde van 27 v. Chr tot 14 n. Chr., zocht ter legitimatie van zijn macht na de burgeroorlog steun bij de lokale elites in de provinciesteden. Deze waren veelal nieuw geïnstalleerd na de overwinning van Augustus op zijn laatste rivaal Marcus Antonius in 31 v. Chr.

Beide partijen hadden er belang bij hun vooralsnog fragiele machtsbasis te consolideren. In Rome stond de aristocratische elite als vanouds vijandig tegenover monarchale aspiraties en Augustus deed er alles aan deze nog steeds invloedrijke groep niet verder te provoceren.

Hoewel gedurende en als nasleep van de burgeroorlog al vele tegenstanders het veld hadden moeten ruimen, bleven de oude Romeinse families een belangrijke machtsfactor. Zo liet Augustus bijvoorbeeld geen inscripties aanbrengen op de door hem gebouwde (Marcellus) en gerenoveerde (Pompeius) theaters in de stad.

In de provincies was hij minder terughoudend. Daar had de lokale elite immers een gemeenschappelijk belang in het verstevigen van de machtsbasis. Bovendien hadden vele nieuwe notabelen hun functie en sociale stijging juist te danken aan Augustus.

In Spanje, Frankrijk, Zwitserland en andere bezette gebieden betekende de verandering van regime ook een nieuwe kans voor lokale elites.

Een van de middelen die Augustus aanwendde zijn macht te consolideren was een proces van urbanisatie en monumentalisatie van steden. De keizer stimuleerde en financierde deze bouwpolitiek als een ‘bureau van propaganda’.

Dit concept is overigens nog steeds actueel. Augustus was echter de eerste leider die een bouwpolitiek op deze schaal toepaste, niet alleen in Rome, maar in grote delen van het Rijk.

Deze werken strekten zich ook uit over de basisbehoeftes van een stad. De riolering, watervoorziening, wegen en andere openbare infrastructuur werden in Rome en andere steden rigoureus onder handen genomen.

De snelle romanisering van westelijke provincies en de noordelijke regio’s in Italië is onmiskenbaar en is aantoonbaar op vele gebieden van de samenleving en in het dagelijkse leven. De voordelen die de juridische, militaire, politieke en sociale instituties van de Romeinse samenleving boden en de hogere kwaliteit van leven waren onmiskenbaar.