Het theater en romanisering

Roman pantomime masks, engraving 1736. Foto: Wikipedia. Collectie New York Public Library

Na de chaos van de late Republiek en de burgeroorlogen bracht het door Augustus geïnstalleerde Principaat een nieuwe status quo op politiek, militair, religieus en sociaal gebied. De dragende en legitimerende kracht was de combinatie van een nieuwe ideologie (de feitelijke alleenheerschappij) en een nieuw instrumentarium ( de keizercultus en propaganda), die samenkomen in het begrip imperiale cultuur. Na de administratieve reorganisatie van het Rijk door Augustus werd het pas onder Caeser veroverde centrale en noordelijke Gallia opgedeeld in drie eenheden, Lugdunensis, Aquitania en Belgica (grofweg de Lage Landen tot de waal en de linkerrijnoever van het huidige Duitsland) opgedeeld, het gebied ten noorden van de Italiaanse regio’s (VIII-XI) werd samengevoegd onder de naam Raetia en na 43 n. Chr. kwam Britannia daar als westelijke provincie bij. Het Iberisch schiereiland werd in Lusitania, Baetica en later Tarraconensis onderverdeeld.
Deze herindeling diende in de eerste plaats een politiek doel, het onderscheiden van de al lang onder Romeins bestuur en invloed staande gebieden, die al sterk waren geromaniseerd, en de gebieden, die gedemilitariseerd en gepacificeerd moesten worden door de Romeinse versie van de rule of law (pacique imponere morem). Deze pacificatie is ruim op te vatten en is het bijbrengen van de de Romeinse waarden en normen, het agere civiliter, de humanitas, de beschaafde wereld zoals die er in Romeinse ogen uit behoorde te zien. De lust tot opstand, verzet en vechten tegen de Roma zou de veroverde volkeren al snel vergaan als ze deel werden van de Romeinse beschaving, die het leven immers in alle opzichten aangenamer maakte. Het leger zou weliswaar op de achtergrond aanwezig blijven en opstanden van locale machthebbers hebben zich in de minder geromaniseerde westerse provincies inderdaad voorgedaan, maar juist de steun van aan Rome getrouwe locale machthebbers maakte deze opstanden tot een kansloze zaak. De basis voor deze steun aan Rome ligt in de steden en de nieuwe aan Rome trouwe elites. De steden en de stedelijke elites waren het fundament van het functioneren, de vrede en de welvaart in het keizerrijk en Augustus heeft de basis gelegd voor een grote toename van het aantal steden (door stichtingen en het verlenen van wat nu stadsrechten worden genoemd) in de nieuwe provincies. Aan de nieuwe elites werd een spilfunctie toegekend wat betreft bestuur, administratie en vooral belastingheffing. Deze urbanisatie ging in de imperiale ideologie ook gepaard met een strikte indeling in sociale klassen op basis van de census. Het doel was een aan Rome loyale elite voor de vrede en belastinginkomsten voor het Rijk te waarborgen.

De stad speelde in de imperiale cultuur een sleutelrol. Iedere stad in alle uithoeken van het rijk en het westen in het bijzonder was een politiek theater, waar de keizer, religie en de belangrijkste (locale) gezagsdragers prominent werden afgebeeld. Het fysieke theater was niet zomaar een gebouw voor opvoeringen, maar was een Romeinse wereld naar keizerlijk model in het klein. Hiermee onderscheidde het Romeinse theater zich van het Griekse theater. Het Griekse theater was de centrale locatie of het platform voor de democratie in functie. Alle burgers hadden zonder aanziens des persoons, de priesters uitgezonderd, gelijke rechten in het theater. De opvoeringen, tragedies, satyre en komedies waren als het ware uit het (politieke) leven, veelal met een knipoog, gegrepen. In het Romeinse theater daarentegen was er een strikte scheiding en rangorde naar sociale afkomst en de oude Griekse stukken vonden geen gehoor meer. Daarvoor in de plaats kwamen zang, mime, dans en andere politiek neutrale uitvoeringen. Hoewel iedere stad in de westelijke provincies binnen enkele generaties na de machtsovername door Augustus een stenen theater bouwde, is het de vraag of de locale elite hiermee in dezelfde mate geromaniseerd was. Over de beleving van het theater in de westelijke provincies is weinig op schrift overgeleverd. Het ontbreken van een theatertraditie tot de komst van het Principaat en de snelle realisatie van stenen theaters nadien schept het vermoeden dat het theater in de eerste plaats politieke symboliek was. Met de beleving of opvoeringen van het Griekse theater had het nog maar weinig te maken. Ook voor Augustus, die de Griekse kunst en cultuur hoog in het vaandel had staan, had speelde het theater een andere rol dan in de Griekse wereld. Het is geen toeval dat ook in de Griekse gebieden, inclusief Zuid-Italië, de theaters naar Romeinse snit werden verbouwd, ook het Dionysios theater in Athene bijvoorbeeld. Het theater was een belangrijk instrument in de imperiale ideologie geworden en daarmee ver verwijderd geraakt van zijn Griekse wortels.