Sloten, kleinste stad van Friesland

Sloten. Foto: TES.

Sloten is ontstaan in de dertiende eeuw op een kruising van een land- en een waterweg. De landweg loopt van Stavoren naar Duitsland, van Doniawerstal naar Gaasterland. De waterweg, de Suder EE, was een belangrijke scheepvaartverbinding tussen  Friesland en de Zuiderzee.

In 1250 kreeg het plaatsje stadsrechten. Kooplieden, handelaren en ambachtslieden vestigden zich al snel en de stad werd een handelscentrum voor vlees, kaas en boter. De gracht was de locatie voor opslag en het laden en lossen van schepen.

De heren van Sloten, de Harinxma’s, controleerden de scheepvaartroutes en de handel. Ze werden een van de belangrijkste Friese adellijke geslachten. Ze legden een tol aan en bouwden een stins, een versterkt stenen huis.

Dit werd al snel gevolgd door een stadsmuur en donjons. De poorten, twee waterpoorten en twee landpoorten, kwamen er in 1581. Alleen de waterpoorten staan er nog.

Sloten is de kleinste van de Friese steden en een van de kleinste steden van Nederland. De stadsplattegrond komt voor een groot deel nog overeen met de middeleeuwse voorganger.