De grootste euergeet aller tijden

Emperor August, buste, c. 10 n. Chr. Foto: Wikipedia.

Het keizerlijke euergetisme, van de keizer en zijn familie, speelde vanaf het begin van het Principaat een belangrijke rol in het politieke programma, keizerscultus en propaganda. Naar het voorbeeld van Hellenistische vorsten, zette Augustus de norm voor de komende generaties keizerlijke euergeten. De Princeps presenteerde zich als de ideale heerser, die door zijn weldaden zijn onderdanen en imperium diende, als een vader des vaderlands. Op locaal stedelijk niveau buiten Rome was het keizerlijk euergetisme de leidraad voor de locale elite. Deze binding van locale elites, die wat te winnen hadden bij het navolgen van het keizerlijke voorbeeld, was een van de belangrijkste bindende elementen van het Romeinse Rijk. Zonder deze loyaliteit zou het Romeinse Rijk niet zo’n lang leven beschoren zijn geweest.
Deze loyaliteit kwam in de eerste plaats voort uit eigenbelang. Een carrière in de provinciale of imperiale bestuurslaag, de legitimiteit op locaal niveau of economische belangen stonden daarbij voorop. Het Romeinse Rijk kende in het Principaat een grote mate van zelfstandigheid voor het locale stedelijke bestuur, zo lang dit de pax romana niet dwarsboomde en de belastingen werden afgedragen. Door zijn legitimiteit direct te ontlenen aan de keizer in het verre Rome, bijvoorbeeld door het nabootsen van keizerlijk euergetisme, kon een bestuurder op locaal niveau zijn positie waarborgen. Het keizerlijke euergetisme had dan ook een grote symbolische waarde. De keizer had onbeperkte middelen tot zijn beschikking. De herkomst van dit vermogen komt hier niet aan de orde, maar de belangrijkste bronnen zijn oorlogsbuit, (gedwongen) legaten, belastinginkomsten of inkomsten uit eigen bezit. Het euergetisme was vanaf Augustus geen deugd van een individuele keizer, maar van direct staatsbelang om de sociale orde en daarmee het Rijk in stand te houden. De keizer had in deze opvatting recht op een zo’n groot mogelijk vermogen om aan zijn euergetische verplichtingen te voldoen. Het keizerlijke euergetisme was uitdrukkelijk geen wettelijke plicht, zoals bijvoorbeeld het geval kon zijn met stedelijke magistraten, die uit hoofde van hun functie activiteiten financierden (bijvoorbeeld het organiseren van spelen of onderhoud van het riool systeem). Het keizerlijk euergetisme was de smeerolie in het uitgestrekte Romeinse Rijk. De keizer kon, uiteraard, zelden persoonlijk aanwezig zijn in zijn hoedanigheid van euergeet, bijvoorbeeld het inwijden van een door hem (deels) gefinancierd gebouw. Zijn (provinciale) ambtenaren, met de gouverneur als meest prominente vertegenwoordiger, gezantschappen, familieleden of leden van de locale elite vertegenwoordigden hem dan. Hierbij is het van belang te melden dat de middelen van euergetisme niet direct uit Rome afkomstig waren, maar uit de provinciale of locale belastinginkomsten.

Keizerlijk euergetisme kende vele vormen, soorten en maten. Gelduitdelingen (zogenaamde congiara), donaties en landuitdelingen aan afgezwaaide soldaten, graanvoorziening, hulp bij natuurcatastrofes, het (deels) financieren van openbare gebouwen of publieke voorzieningen, zoals aquaducten, wegen, havens. Kortom, de keizer was prominent aanwezig in het uitoefenen van de publieke taak. Van een terugtredende overheid was nog geen sprake, omdat de keizer in feite de overheid was, samen met een relatief zeer kleine imperiale en provinciale bureaucratie. Een goed inzicht in de motieven voor keizerlijk euergetisme kan worden verkregen uit de res gestae. Dit werk is door Augustus aan het einde van zijn leven opgesteld ( en het moet dus ook met enige voorzichtigheid gelezen en geïnterpreteerd worden) als een soort samenvatting en verantwoording van zijn lange regeerperiode. Euergetisme neemt hierbij een belangrijke plaats in. De in de res gestae genoemde bouwactiviteiten hebben met name betrekking op Rome. Dit vloeide niet alleen voort uit de actuele politieke situatie en de behoefte aan legitimiteit naar de oude Romeinse elite (Augustus was tenslotte een usurpator, (geadopteerde) familie van Caesar en een monarch in een republikeins jasje), maar ook uit de hiërarchie in het Romeinse Rijk, waarin Rome het grootste gewicht had. De grote indruk die het keizerlijk euergetisme destijds maakte, komt niet alleen in Rome tot uitdrukking, de stad die hij in een marmeren stad veranderde. Iedere fraai vormgegeven en met mooie publieke gebouwen voorziene stad, waarin spelen en spektakels aan de orde van de dag waren, maakte indruk op vriend en vijand. Een verstandige heerser, in hoogste instantie de keizer, op locaal niveau de locale magistratuur, verwaarloosde zijn achterban dus niet. Keizerlijk bouwen alleen ten eigen nutte werd als luxuria gezien, zoals het van keizerlijke, afkeurenswaardige geldsmijterij getuigde bouwwerken niet te voltooien. Van keizer Tiberius is bijvoorbeeld bekend, dat hij noch veel aandacht besteedde aan spelen en spektakels, noch aan bouwactiviteiten, hetgeen hem op veel kritiek kwam te staan. De elite in de provinciesteden deelde in dit systeem van de euergeet als pater patriae, de culturele, politieke en morele heerser, die voortbouwde op de Griekse heerserscult en de aristocratische Romeinse waarden en normen. In het hele Rijk toonden standbeelden, decoraties, inscripties, bouwwerken, literatuur en andere vormen van communicatie de keizer en daarmee de locale elite als de weldoener voor het rijk en de locale gemeenschap. Dit was de smeerolie voor het langdurig instandhouden van een dergelijk groot Rijk met een relatief kleine bureaucratie. (Bron: R. MacMullen, Romanization in the time of Augustus (Londen 2000)