De Vikingen: gangmakers in de dynamische middeleeuwen

In de beeldvorming van de moderne Europeaan zijn de elfde en twaalfde een periode van verval, stilstand, oorlog en ziektes. Tot op zekere hoogte was dat inderdaad ook het geval. Oorlog, ziektes en honger waren aan de orde van de dag. Dit is echter tot op de dag van vandaag niet anders, al kan West-Europa zich sinds 1945 in een uitzonderlijke lange periode van vrede en welvaart verheugen. Helaas kan de middeleeuwer geen oordeel geven over Auschwitz, wereldoorlogen, atoombommen, gifgas en Aids. Ook in de oostelijke helft van Europa bepaalden middeleeuwse kwalen tot voor zeer kort het beeld.Op cultureel, economisch en politiek terrein waren de middeleeuwen en de elfde en twaalfde eeuw in het bijzonder echter allerminst statisch en in verval. In feite was er vanaf het Romeinse Rijk tot het einde van de achttiende eeuw met de industrialisatie en opkomst van nieuwe technologieën sprake van een grote continuïteit. Een Romein of Middeleeuwer zal zich tot de industrialisatie en de technologische revolutie nog redelijk herkend hebben in de achttiende eeuw. De donkere en duistere middeleeuwen zijn vooral een creatie van de wegbereiders van de Renaissance en de romantische negentiende eeuw.
Wie bijvoorbeeld de politieke, culturele en economische ontwikkelingen bij de Vikingen in de periode 800-1200 in ogenschouw neemt, zal niet snel meer van een statisch beeld of een periode van verval spreken. Ten onrechte worden de Vikingen of Noormannen, die het huidige Denemarken, Noorwegen en Zweden bewoonden, buiten deze landen vrijwel uitsluitend geassocieerd met roof en plundertochten. Het nationaal museum in Kopenhagen toont echter al het beeld van een gecultiveerde en georganiseerde maatschappij, die al ver voor de jaartelling in contact stond met de culturen rond het Middellandse zeegebied. Hoewel het Romeinse Rijk afgezien van een enkele expeditie rond het jaar 10 AD militair niet aanwezig was, waren er intensieve (handels) contacten en was sprake van een culturele uitwisseling, zij het met name van zuid naar noord.

De Vikingen waren behalve onverschrokken krijgers ook handelaren, boeren, avonturiers en ook nog eens handige diplomaten. In de vroege middeleeuwen zijn Haithabu (het huidige Hedeby) en anders handelsplaatsen al tot grote bloei gekomen. Vanaf de achtste eeuw trekken de Vikingen er vanwege de grote bevolkingsdruk er op uit, waarbij met name roof en plunderingen nu nog het beeld en de publieke opinie bepalen. Afgezien van deze in die tijd niet ongebruikelijke handelswijze, waren de Vikingen ook in staat gebieden tot grote bloei te brengen. In 911 vestigden ze zich bijvoorbeeld als leenheren van de Franse koning in het nieuwe Hertogdom Normandië. In Byzantium namen Vikingen vooraanstaande posities aan het hof in, de Vikingen legden de basis voor de staatkundige ontwikkelingen in het huidige Rusland en Oekraïne en in Zuid-Italië werd zelfs het koninkrijk Sicilië gesticht dat tot het begin van de dertiende eeuw een militaire, culturele en politieke spil in het Middellandse Zee gebied zou zijn.

De Noormannen symboliseren echter bij uitstek het dynamische karakter van de elfde en twaalfde eeuw met de verovering van Engeland in 1066 door Willem de Veroveraar. Als afstammeling van de eerste Noordse hertogen kwam het erfgoed van Noormannen bij hem nog duidelijk tot uitdrukking. De kunst en vele abdijen, kloosters en kerken uit deze periode in bijvoorbeeld Bayeux, Caen en Rouen getuigen nog steeds van deze Noordse invloed. Na 1066 zou ook het aangezicht in Engeland door de bouw van magnifieke kerkgebouwen en kunst veranderen. De kathedralen van Durham, Winchester of Canterbury zijn maar enkele van de vele voorbeelden. Ook bestuurlijk en administratief gaven de nieuwe machthebbers hun kaartje af. Voor het eerst werd het grondbezit in Engeland bijvoorbeeld systematisch in kaart gebracht in het Domesday Boek, een prestatie die in degelijkheid Romeins aandoet. Ook het Tapijt van Bayeux geeft een kijkje in de keuken van door Noormannen geïnspireerde kunst. De Noormannen waren vanaf hun bekering tot het Christendom in de tiende eeuw deelgenoten van de culturele, politieke en sociale ontwikkelingen in Europa en hun aanwezigheid in alle Europese uithoeken, van de Hebriden tot Sicilië, van Kiev tot Byzantium, staat symbool voor het dynamische Europa zonder grenzen van de late middeleeuwen.