De bisschop betreedt het strijdtoneel

De Lewis bisschop, c. 1150-1200, Trondheim. Photo: TES, collective British Museum London London

Op 11 april 1831 werden door de Society of Antiquaries of Scotland in Edinburg 93 ivoren kunstwerken uit de twaalfde eeuw aan het publiek getoond. De werken van walrusivoor waren kort daarvoor aan de Uig baai aan de westkust van het eiland Lewis in een zandduin gevonden. Onder de vondst waren 78 ivoren schaakstukken, waaronder 16 bisschoppen. Schaken is een seculier oorlogsspel en het introduceren van een hoge geestelijke was een noviteit. De maker heeft dit niet zomaar gedaan, maar verbeeldde hiermee de plaats van de bisschop in de feodale samenleving.

De Lewis bisschop weerspiegelt zo de religieuze, politieke en culturele ontwikkelingen en tijdsgeest van de feodale wereld van de twaalfde eeuw. Het schaakspel stond in deze periode als seculier vrije tijdsspel in hoog aanzien bij de Europese aristocratie en geestelijkheid (al werd het als kansspel door de kerk officieel verboden). Kosten noch moeite werden gespaard om kostbare schaakspellen te bezitten of te schenken. Het schaakspel was er immers niet alleen om mee gespeeld te worden. Het was ook een prestigieus luxegoed dat vooral gezien moest worden en het was een uiting van zelf-representatie.

Het is in deze context dat de bisschop in diverse media,waaronder het schaakspel, werd gepresenteerd en deze presentatie was voor de goede verstaander meteen duidelijk. De Lewis bisschop is een van de media die geestelijkheid of koning aangewend zou kunnen hebben om zich te manifesteren. Een aristocraat zou geen reden hebben de bisschop te introduceren, deze was immers zijn politieke en militaire rivaal.

De schaakbisschop had immers ook een verhaal te vertellen en zijn introductie in een seculier oorlogsspel past in het concept van de epische kunst van de twaalfde eeuw. De relatie Regnum-Sacerdotum en de verankering van de maatschappelijke orde in de Christelijke omgeving en hiërarchie, met de Majestas Domini aan de top, vormen dan de mogelijke ideologische grondslag van de schaakbisschop.

Het midden van de twaalfde eeuw kenmerkte zich door ingrijpende economische, sociale en maatschappelijke veranderingen en een nieuwe afbakening van de driestanden maatschappij. De bisschop is als instituut en als politieke, religieuze en militaire figuur als grote winnaar uit deze ontwikkelingen te voorschijn gekomen. Niet alleen nam het aantal bisdommen sterk toe, ook de politieke en militaire macht van de bisschop groeide enorm.

Ook in Trondheim, de stad van herkomst van de schaakbisschop, zijn deze ontwikkelingen goed te duiden. De vestiging van het aartsbisdom Nidaros in 1153 gaf de relatief jonge Noorse bisdommen bovendien een stevige verankering met Trondheim als bisschopsstad. De bisschop was ook in Noorwegen in het midden van de twaalfde eeuw de machtigste politieke en militaire leider na de koning. Hij genoot daarnaast een groot prestige door de kruistochten en de toegenomen macht van de Latijnse kerk.

Ook in Noorwegen zocht de bisschop naar wegen voor zelf-representatie. Als relatieve nieuwkomer op het Christelijke toneel en met de ballast van Vikingvoorouders, die het vaak op kerkelijke eigendom voorzien hadden, had deze behoefte aan zelf-representatie een extra dimensie.  In de koninklijke residentiestad Trondheim waren ambachtslieden en werkplaatsen ruim voorhanden om hoogwaardige ivoren kunst te maken.