Het jaar 1874 Manet en Churchill

E. Manet (1832-1883) in 1874, foto van Gaspar-Félix Tournachon of Nadar (1820-1910). Photo: Wikipedia

Winston Churchill (1874-1965) wordt veelal genoemd als een van de wegbereiders van de Europese Unie. Zijn toespraak in Zürich in 1946 waarbij hij opriep te komen tot een Verenigde Staten van Europa wordt daarbij steevast van stal gehaald. De oorlogsjaren en de verwoestende oorlogen van de eerste helft van de twintigste eeuw, met reden soms aangeduid als een nieuwe dertigjarige oorlog, boden ook alle aanleiding voor een herbezinning op de relaties tussen en met Europese landen. De negentiende eeuw was relatief rustig geweest, althans in het westelijk deel van Europa. In het oostelijk deel en in het zuidoosten van Europa waren (militaire) conflicten aan de orde van de dag. De Ottomaanse zwanenzang speelde hierbij een hoofdrol. Daarnaast waren er met name conflicten en revoluties in landen zelf. De jaren rond 1830 en 1848 staan te boek als revolutionaire jaren, een verzet tegen de restauratiepolitiek van de machthebbers die het ancièn regime zo veel mogelijk in ere wilden herstellen. De tijdsgeest doorkruiste deze plannen echter. De industrialisatie, het ontstaan van de klassenmaatschappij van het lompenproletariaat en de burgerij in de steden en de nieuwe sociale verhoudingen, waarbij de landadel het moest afleggen tegen de nieuwe geldadel en het geleerde burgerdom, stonden een terugkeer naar de oude verhoudingen in de weg.
Oud en nieuw stonden op tal van andere gebieden op gespannen voet met elkaar. Dit kwam tot uiting in de kunst, waar vanaf de jaren 1850 het realisme en daarna het impressionisme het (neo) klassieke ideaal van de achttiende eeuw vervingen. Op buitenlands gebied zaten de grootmachten elkaar niet meer in Europa dwars, maar vooral in de koloniale gebieden. Duitsland en Italië waren de uitzondering. Deze landen concentreerden zich op een hereniging van Duitse en Italiaanse gebieden, wat in de jaren 1870 ook haar beslag zou krijgen. Het is opmerkelijk dat Frankrijk en Engeland niet meer ingrepen, zoals ze dat in de achttiende eeuw nog wel hadden gedaan, bijvoorbeeld ten tijde van de zevenjarige oorlog (1756-1763). Zo slaagden Pruisen en zijn bondgenoten erin de ene na de andere tegenstrever uit te schakelen in militaire campagnes. Toen de Franse keizer Napoleon III in 1870 uiteindelijk wel in actie kwam, deed hij dat militair en politiek op de meest knullige wijze. Ook het verschil tussen platteland en stedelijke, geïndustrialiseerde gebieden, zou steeds groter worden. Dit leidde tot steeds grotere regionale verschillen in Europa. Oost- en Zuid Europa zouden sterk achterblijven bij westelijk en noordelijk Europa.

Churchill, geboren in 1874, zou bij uitstek deze gespletenheid van de lange negentiende eeuw, de periode vanaf 1815 tot 1914, vertegenwoordigen. Europa kende tal van regionale conflicten in deze tijd, maar van een groot Europees conflict was geen sprake. In de kunst domineerde nog altijd het neo-klassieke model, maar de wegbereiders van de moderne kunst timmerden aan de weg. De sociale en politieke spanningen kenmerkten zich door een polarisatie van de klassenstrijd, waarbij het Communisme een handvest voor de ideologische revoluties van de twintigste eeuw zou bieden. Op politiek gebied waren vooral het ontstaan van het Duitse Keizerrijk, het Italiaanse koninkrijk en de ontbinding van het Ottomaanse Rijk de gezichtsbepalende gebeurtenissen. Tot grootschalige inmenging van Frankrijk, Rusland of Engeland kwam het echter niet. De politieke en militaire keuzes in de Balkan- en Krim oorlogen of van Frankrijk in 1870 waren zo onbeholpen, dat ze deze naam niet verdienen. Dit neemt niet weg dat de gevolgen wel belangrijk waren. Vooralsnog ging de aandacht van de Europese grootmachten echter uit naar kolonisatie en niet naar Europese aangelegenheden, met de conferentie van 1885 in Berlijn als climax (of dieptepunt wat betreft de opdeling van het Afrikaanse continent). Hier dient zich wellicht een parallel op met de kruistochten. Ook die wentelden mogelijke Europese onrust af op andere gebieden.

Churchill paste in dit tijdsbeeld. Zijn historische belangstelling ging weliswaar uit naar Europa, maar de actuele politiek voerden hem onder andere naar India, Afghanistan, Sudan, Zuid-Africa en Cuba. Dat hij in 1916 zelf in de loopgraven tegenover Duitse soldaten zou staan, zal niet bij hem zijn opgekomen in 1900. In Australië, Nieuw-Zeeland en andere Commonwealthlanden hadden de inwoners rond 1900 ook nog nooit van de Dardanellen of Vlaanderen gehoord. De basis voor de nieuwe dertigjarige oorlog lag echter in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Het Duitse keizerrijk was een jonge natie en succesvol in demografisch, economisch, sociaal en cultureel opzicht. Het land gedroeg zich onder Willem II echter als een overmoedige puber, die niet goed wist om te gaan met de groeistuipen, de eigen kracht en innerlijke tegenstrijdigheden van de moderne maatschappij. Dit maakte Duitsland echter nog niet per se tot een oorlogsmachine. Ook de andere Europese grootmachten waren gemilitariseerde, hiërarchische maatschappijen. Het motto waarmee de Duitse keizer zijn troepen in 1900 naar China stuurde om de Bokseropstand neer te slaan, verschilde niet wezenlijk van de brutaliteit van Engeland of Frankrijk in hun koloniale gebieden. Ook de Nederlandse koloniale troepen hadden zo hun werkwijze. De Eerste Wereldoorlog zou echter met moderne technieken worden uitgevochten, waar generaals en politici uit de negentiende eeuw nog de besluiten namen. En Churchill was ook een kind van zijn tijd. Door zijn reizen, historische belangstelling en vooral door zijn waarnemend vermogen, hij was onder andere een begenadigde amateur schilder en een uitstekende schrijver, kon hij wél afstand nemen van de negentiende eeuw. Om deze reden doorzag hij al in 1917 de kwaadaardigheid van het Communisme en vanaf de jaren 1920 het naderende onheil van het Nazisme. Met reden noemde hij het Nazisme een lelijk kind van het Communisme. De vraag of en zo ja welke Verenigde Staten van Europa hij in 1946 op het oog had laat zich in dit perspectief mogelijk beantwoorden.