De hertog zoekt een vrouw

Margaretha van Oostenrijk voor de kathedraal van Mechelen. Photo: Wikipedia

“Deze vorst behoort tot het klein getal van diegenen, wier levensbeschrijving afgetrokken van tijd, plaats en persoon, voor ieder mensch, voor ieder wijsgeer, hoogst gewigtig is”, aldus een negentiende eeuwse introductie van Karel van Egmond, hertog van Gelre (1467-1538). Deze verwijzing naar de hertog van Gelre heeft geen betrekking op zijn huwelijksplannen met de groten der aarde, waaronder maar liefst drie prinsessen van het Habsburgse Huis en een Spaanse koningin-weduwe. De rol van de hertog komt vooral tot uitdrukking in de stempel die hij decennia op het Europese machtsspel heeft gedrukt. De paus, de koningen van Frankrijk, Spanje, Engeland en Schotland, keizers en de hoogste Europese adel en geestelijke bestuurders confereerden, correspondeerden, verbonden zich met of ageerden tegen de hertog in de periode 1492, het jaar van zijn intocht in Gelre, tot 1538, het jaar van zijn overlijden. Hoewel 1528, het jaar waarin het verdrag van Gorkum tot stand kwam, feitelijk het einde betekende van de prominente rol van de hertog op het Europese toneel, zou het eindspel de Franse koning, keizer Karel V en andere vorsten tot 1543 bezighouden.

De hertog van Gelre was niet zomaar een vorst. Hij was verwant aan de belangrijkste Europese vorstenhoven. De grootmoeder van Philips de Schone, Isabella van Bourbon was de zus van Catharina van Bourbon, de moeder van Karel. De grootvader van de Schotse koning Jacob IV was getrouwd met Maria van Gelre, dochter van Arnold, de grootvader van de hertog. Tot aan zijn huwelijk op 26 augustus 1518 met Elisabeth van Brunswijk Luneburg, zouden eerst Isabella, Eleonora en Maria, dochters van Philips de Schone, de revue passeren.

De Hertog had echter zijn zinnen gezet op de twintig jaar oudere Margaretha van Oostenrijk, zus van keizer Maximiliaan en broer van Philips de Schone. De hertog had hiervoor goede redenen. Eleonora, geboren in 1498, Isabelle, geboren in 1501 en Maria, geboren in 1505 waren voorlopig nog niet in staat de hertog een nakomeling te geven en de tijd begon te dringen. Margaretha, de landvoogdes van de Nederlanden, zou echter onbereikbaar voor hem blijven, Maximiliaan, de grote tegenspeler van de hertog, stond het niet toe. Zelfs Johanna van Aragon, weduwe van Philips de Schone, was een tijdje in beeld. Het mocht niet baten, de huwelijkspolitiek faalde en de hertog zocht zijn bruid in 1518 buiten het Habsburgs-Bourgondische huis. Het met Elisabeth van Brunswijk Luneburg bleef echter kinderloos, waarna de hertog in 1534 bij verdrag met de Franse koning Frans I overeenkwam het hertogdom aan hem te doen toevallen na zijn dood, onder het motto dat alles beter zou zijn dan een Habsburgse vorst.

Zover zou het echter niet komen. De hertog had buiten de Staten van Gelre gerekend. Ridderschap en steden hadden, op goede gronden, net zo weinig vertrouwen in een Franse heer als in een Habsburgse vorst. Willem, hertog van Gulik en Kleef, werd vervolgens als opvolger van de hertog aangewezen, omdat Staten en Karel het op een punt wél eens waren: Karel V mocht het hertogdom in geen geval verwerven. Hertog Karel bereidde zich daarna voor om, op voordracht van Frans I, na de inhuldiging van Willem als hertog van Gelre in 1538, in Frankrijk als Hertog van Bourbon in retraite te gaan. Zover is het niet gekomen. Op 30 juni 1538 overlijdt de hertog, door wiens toedoen drie generaties Habsburgse heersers dermate in beslag zijn genomen, dat zijn overlijden met een zucht van verlichting werd begroet. Wat de Hertog en Habsburgse heersers echter niet scheidde was de godsdienstkwestie. Karel zou zich niet tot het protestantisme bekeren, wat veel (Duitse) vorsten in zijn nabije omgeving wel deden. Wellicht wilde hij de katholieke Franse koning, zijn belangrijkste bondgenoot, niet voor het hoofd stoten.

Feit is in ieder geval dat zijn opvolger Willem van Kleef aanzienlijk minder scrupules had en overging tot het protestantisme om de hulp van Duitse vorsten te krijgen. Het mocht niet baten en in 1543 maakt het Tractaat van Venlo een einde aan het levenswerk van hertog Karel van Gelre en zijn de zeventien provinciën verenigd, zij het voor korte tijd (tot de Unie van Utrecht en haar nasleep in 1581) en lid van de Bourgondische Kreits. (Bron: Dr. J.E.A.L. Struijck, Gelre en Habsburg, Arnhem 1960)