De Jaarboeken uit de Abdij van Egmond

De abdij van Egmond werd aan het begin van de tiende eeuw gesticht door graaf Dirk I (overleden in 939) van Holland. De kerk was gewijd aan Sint Adelbert. Zijn zoon Dirk II (overleden in 988) zou op dezelfde plaats een stenen kerk bouwen aan het einde van de tiende eeuw. De abdij is om diverse historische redenen van grote waarde, maar de verzameling De annales Egmundenses, de jaarboeken of annalen van Egmond, spannen de kroon. Deze annalen zijn in het scriptorium van het klooster door monniken opgetekend over een periode van bijna 700 jaar. De eerste monnik begon waarschijnlijk in 1173 met dit monnikenwerk. Aan de hand een analyse van de overgeleverde handschriften hebben vermoedelijk vijf monniken deze annalen samengesteld. De bronnen waaruit de schrijvers geput hebben zijn velerlei en de meeste zijn niet te duiden. Veelal werden deze bronnen letterlijk gekopieerd, soms voegden de schrijvers zelf teksten toe. Het aanhalen van bijbelse teksten, klassieke mythologie of profane Latijnse teksten was immers een aanwijzing dat de schrijver zijn klassieken en het Oude en Nieuwe Testament beheerste. De monniken refereerden daarbij alleen aan Latijnse literatuur (waarin overigens ook Griekse mythologie was verweven), omdat het Grieks in deze tijd in westelijk Europa niet meer werd gelezen. De monniken putten bij gebeurtenissen uit de periode voorafgaande aan deze werkzaamheden voornamelijk uit de wereldkronieken van Regino van Prum (gestorven in 915) en Sigebert van Gembloux (c. 1030-1112). Wanneer de eigen periode wordt beschreven putten de monniken ook uit eigen ervaring en kennis, wat blijkt uit de persoonlijke toevoegingen en opvattingen van contemporaine personen of gebeurtenissen.
De in het Latijn geschreven annalen zijn de oudste bron van kennis van de vaderlandse geschiedenis en om deze reden van grote waarde. De belangrijkste heersers, conflicten en gebeurtenissen uit de Christelijke geschiedenis van westelijk Europa komen aan bod. Het lot van Bonifatius, Friezen, Karel de Grote, Hongaren, Noormannen, maans- en zonsverduisteringen, aardbevingen, Odo, de eerste abt van Cluny, Willem de Veroveraar,de kruistochten, de kerstening, pauselijke schisma’s, ziektes, genezing, wonderen en relieken, de investituurstrijd, keizers van het Heilige Roomse Rijk, Franse koningen, pausen of de geschiedenis van de Graven van Holland vinden hun plaats. Volledig zijn de annalen echter bij lange na niet. Daarvoor ontbreken te veel gebeurtenissen, maar in grote lijnen wordt een chronologische beeld gegeven vanaf 640 tot 1205. Het woord jaarboek moet niet in de zin van een hedendaags jaaroverzicht worden opgevat. In veel gevallen volstaat de schrijver alleen met het melden van het jaartal, waarin, naar zijn mening blijkbaar niets wezenlijks te melden was. Ook zijn er lacunes, van 641 tot 646 en van 790 tot 814. Daarenboven beslaan de annalen nog enkele losse jaren nadien, van 1248 toto 1250 en van 1282 en 1315.

Wat deze verzameling afgezien van de historische wetenswaardigheden zo interessant maakt, zijn de referenties aan bijvoorbeeld het klimaat, biologische oorlogsvoering, behandeling minderheden (Joden) en opvolgingskwesties. Uit de jaarboeken kunnen we bijvoorbeeld vernemen dat er warmere en koudere periodes waren. Ook het beroemde huis van Gijsbrecht van Aemstel wordt in het jaar 1204 vermeld, waarin het , aldus de mededeling, tot de grond toe afbrandde. Het jaar1270 maakt als curiositeit melding van het vangen van de zoute zeevis Wijting in Utrecht ten gevolge van grote overstromingen door zeer natte zomers. Als een vorm van biologische oorlogsvoering komt het inzetten van lepralijders om de tegenstander te besmetten aan de orde. De annalen hebben niet alleen grote historische waarde, maar tonen ook dat de middeleeuwers met hedendaagse problemen werden geconfronteerd. De annalen van Egmond zijn sinds 1990 beschikbaar in een Nederlandse uitgave in een vertaling van de classicus Drs. A. Uitterhoeve. (Bron: Drs. A. Uitterhoeve, Annales Egmundenses. De Jaarboeken van Egmond, Alkmaarse cahiers I (1990 Alkmaar).