De Goudse Glazen

Wat begon in de Gotiek in Parijs in het midden van de twaalfde eeuw, zou zich tot een van de meest opvallende karakteristieken van de (laat) middeleeuwse kathedralen ontwikkelen. De glazen in de St. Chapelle in Parijs, de Onze Lieve Vrouwe kathedraal in Rouen, de Onze Lieve Vrouwe kathedraal in Reims (van 1223 tot 1825 kroningskerk van Franse koningen) of de Onze Lieve Vrouwe kathedraal in Amiens zijn wereldwijd bekend. Dicht bij huis, in Gouda, biedt de St. Janskerk de aanblik van maar liefst 70 gebrandschilderde ramen. De kerk dateert uit de late middeleeuwen, maar vond pas in de zestiende eeuw haar definitieve vorm van kruisbasiliek. De lengte is 123 meter, de maximale breedte bij het transept is 53 meter, met een maximale hoogte van 25 meter. De enorme afmeting schiep de gelegenheid tot het aanbrengen van grote ramen, waardoor het (zon) licht overal in de kerk kon doordringen. Deze mogelijkheid is ten volle benut, waarbij ook de reformatie haar sporen heeft nagelaten.
De kerk telt 70 gebrandschilderde glazen, waarbij de bekendste en mooiste ramen stammen uit de (katholieke) periode 1555-1571 en door de gebroeders Dirck en Wouter Crabeth werden gemaakt. Deze glazen zijn onlangs gerenoveerd en weer voor het publiek toegankelijk gemaakt. De glazen van Lucas van Leyden zijn bij de grote brand van 1552 verloren gegaan. De ramen uit de katholieke periode hadden het leven van de kerkpatroon Johannes de Doper, het leven van Christus en bijbelse thema’s als onderwerp. De donoren van de glazen lieten zich in het benedendeel afbeelden. De groten der aarde zijn te zien, onder anderen Filips II en zijn vrouw Mary Tudor, de landvoogdes Margaretha van Parma en Hertog Eric van Brunswijk en Lunenburg. In 1567 gaf Willem van Oranje opdracht tot een glas met een bijbels tafereel, de verdrijving van de kooplieden uit de tempel. De politieke omstandigheden verhinderden echter zijn afbeelding als schenker (Gouda was tot 1572 loyaal aan Spanje). Zijn plaats op in de kerk zou hij pas krijgen in 1603 bij het glas over het ontzet van Leiden. Daarnaast zijn lokale notabelen gildes en geestelijken als schenker te zien.

De overgang tot het protestantisme in 1572 leidde niet tot het einde van de glazen, wel tot een andere thematiek. Schenkers zouden voortaan hoogheemraadschappen, steden en Staten van Holland zijn. Hollandse geschiedenis en Hollandse steden werden prominent afgebeeld. Een van de grootste schatten is de aanwezigheid van de werktekeningen van de glazen. Vrijwel alle originele tekeningen zijn bewaard gebleven. Dit is uniek en biedt een schat aan informatie over makers, data en originele plannen. (bron: V. Pijls, A. Scheygrond, G. Vaandrager, De Goudse Glazen, Gouda 2000).