De antieke stad als bouwput.

President Sarkozy van Frankrijk plant een grootschalige en monumentale herindeling van Parijs. Dit project zou in een tijdsbestek van 20 tot 25 jaar zijn beslag moeten krijgen. Tweeduizend jaar geleden vond in Parijs echter al het eerste grote bouwproject plaats. Parijs heette toen nog Lutetia (Lutèce in het hedendaagse Frans) in de taal van de Romeinse bezetters. Parijs was tot de verovering door de Romeinen in 52 v, Chr. een onbeduidend Gallische nederzetting, waar de stam van de Parisii woonde. In enkele generaties transformeerde deze nederzetting zich in een moderne stad naar Romeinse model en de stad moet bij vlagen één grote bouwput geweest zijn. In het huidige Parijs zijn nog slechts twee gebouwen uit deze periode te bezichtigen, het amphitheater ook wel Arènes genoemd, en de baden van Cluny.
De Arènes was een van de meest prestigieuze én uitzonderlijke gebouwen in de Romeinse tijd. Alleen in Frankrijk komen amphitheaters voor, die ook architectonische kenmerken hebben van een theater, een zogenaamd Gallo-Romeins amphitheater. Gebouwen voor spektakel waren prominent aanwezig in de steden van het Romeinse Rijk. De grootste steden hadden een theater, amphitheater en circus. Kleinere steden hadden een theater en soms ook een amphitheater. Een gebouw dat een combinatie was van een theater en amphitheater, een semi-amphitheater was uitzonderlijk en kwam vooral voor in Frankrijk, ruwweg het gebied dat toen werd bestreken door de provincies Lugdunensis, Narbonensis, Belgica en Aquitania. Er zijn in Frankrijk 16 van dergelijke amphitheaters getraceerd. Het theater was een Griekse uitvinding, die teruggaat tot de opkomst van de stadsstaten in de 6e eeuw v. Chr. De opvoeringen waren voornamelijk tragedie, komedie, zang en dans. De bouw van stenen theaters volgden een vastomlijnde architectuur. De Romeinen namen dit Griekse concept over, eerst onder invloed van Griekse kolonisten in Zuid-Italië, later als veroveraars van Griekenland. De bouw van stenen theaters was in Gallia, met uitzondering van het al door de Grieken gekoloniseerde Narbonensis, onbekend tot de verovering door de Romeinen in 52 v. Chr. Ook ontbrak een theatercultuur. De bouw van stenen theaters nam echter een grote vlucht vanaf de komst van het Principaat in 27 v. Chr en de daaropvolgende administratieve reorganisatie van Frankrijk in vier provincies. In het jaar 80 n. Chr. hadden alle grotere steden in Frankrijk een stenen theater. Amphitheaters zijn Romeinse gebouwen voor spektakels, die niet gebaseerd zijn op het Griekse erfgoed. De geschiedenis van het Romeinse amphitheater gaat terug tot 300 v. Chr, maar de prominente plaats kreeg het pas in 80 n. Chr. met de ingebruikname van het Colosseum in Rome.

De Arènes.was het grootste semi-amphitheater in Frankrijk met een diameter van 130 meter en een doorsnede van 100 meter en behoorde daarmee zelfs tot de grotere amphitheaters in Europa met een oppervlakte van bijna twee hectare. Zij bood plaats aan ongeveer 17 000 toeschouwers. De bouw heeft plaatsgevonden in het laatste kwart van de 1e eeuw n. Chr tijdens de Flavische dynastie en in ieder geval na de bouw van het Colloseum in Rome. Parijs had ten tijde van de bouw al de juridische status van stad en was de hoofdstad van de civitas. Het forum en het stadscentrum waren al naar Romeins model ingericht en het aantal inwoners lag tussen de 7000 en 10000. De Arènes is gelegen aan de voet van de heuvel Saint-Geneviève op de linkeroever van de Seine aan de huidige Rue Monge. De keuze voor deze locatie is bewust en heeft te maken met de Romeinse stadsplanning, toegangswegen, beschikbare grond en de ideologische rol van het amphitheater. De Rue Monge is ook nu nog een belangrijke verkeersader en Place d’Italie een belangrijk verkeersknooppunt ten zuiden van de Arènes. Ook de heuvelglooiing bood mogelijkheden voor de bouw van tribunes tegen de heuvel aan, wat altijd goedkoper is, en bovendien een uitzicht over de vallei. Vanaf de zitplaatsen keken de toeschouwers uit op de Seine en de vallei de la Bièvre en de heuvels De Ménilmontant en de Belleville. De opstelling is zodanig dat de toeschouwers ’s morgens in de zon en ’s middags gedurende het warmste deel van de dag met de zon in de rug zaten. De bouw heeft waarschijnlijk plaatsgevonden vóór de bouw van de thermen van Cluny. Dit is belangrijk, omdat er aanwijzingen zijn dat de thermen mede of geheel tot stand zijn gekomen door keizerlijk euergetisme ten tijde van Trajanus of Hadrianus. De grootte van de Arènes is ook een aanwijzing dat een dergelijke investering door de elite van een relatief kleine stad niet alleen opgebracht kon worden. In ieder geval is een stad als bouwpunt ook een antiek fenomeen en bepaald niet beperkt tot het moderne Amsterdam.